Auto-Miesse
Auto-Mixte
Bovy
Brossel
Dasse
Denonville
FN
Minerva
MOL
Nagant
Pipe
In 1894 richtte Jules Miesse een werkplaats "algemene mechaniek" op aan de Grondelstraat 38 te Anderlecht. Daar begon hij aan de verwezenlijking van zijn jongensdroom: de ontwikkeling van een automobiel.
Het zou nog twee jaar duren vooraleer de eerste auto werd gefabriceerd. Deze door stoom voortgedreven wagen was de eerste volledig Belgische auto.
In de beginjaren produceerde Jules Miesse vooral taxi's en personenwagens die uitblonken in betrouwbaarheid. Er waren voorbeelden van taxi's die meer dan 20 jaar dienst zouden doen.Vanf 1910 werden ook de eerste lichte vrachtwagens geleverd.
Tijdens de eerste wereldoorlog zag Miesse in dat de nieuwe technologie mogelijkheden bood voor het vrachtvervoer. Vanaf 1915 liepen de eerste bestellingen al binnen voor trucks van 2.5 en 5 ton. Het was wachten tot het einde van de oorlog vooraleer Miesse effectief met de productie kon starten.
Wanneer in de jaren 20 de markt overspoeld wordt door in serie geproduceerde buitenlandse auto's, stopt Miesse met de productie van auto's en schakelt volledig over op de gespecialiseerde bouw van zware voertuigen voor onder andere de Belgische staat, de spoorwegen
en verscheidene autocar- en busexploitanten.
Deze keuze zorgt ervoor dat Miesse deze woelige periode overleeft en vanaf dan naam begint te maken als constructeur van vrachtwagens die volledig op maat konden worden gemaakt. Vanaf 1932
worden de vrachtwagens uitgerust met Gardner dieselmotoren die hier onder licentie werden gefabriceerd.
In 1929, na de fusie met Usines Bollinckx, verandert de naam in Automobiles Miesse et Usines Bollinckx Societe Anonyme. In 1939 wordt deze naam ingekort tot Auto-Miesse. De tweede wereldoorlog en de daaropvolgende dump van legermateriaal op de Belgische markt zorgen wederom voor moeilijke jaren.
Toch weet Auto-Miesse ook dit te overleven. Eerst door assemblage van Mack-trucks en later door ver doorgedreven specialisatie in zware trucks. Op zoek naar meer vermogen in de jaren vijftig en zestig worden in de zware 38-ton trekkers geen Gardner maar Bussing- en Detroit dieselmotoren ingebouwd.
Vanaf 1949 assembleert Auto-Miesse ook personenwagens van Nash in de fabrieken aan de Fernand Demetskaai te Anderlecht. In de jaren vijftig worden er ook nog Austin's aan de produktie toegevoegd.
De toenemende buitenlandse concurrentie en exportbeperkingen spelen echter in het nadeel van deze
vindingrijke constructeur en in 1972 sluit Auto-Miesse als laatste vooroorlogse Belgische vrachtwagenconstructeur zijn deuren.
bronnen:
Livre d'or de l'automobile et de la motocyclette (Royal Motor Union),
Encyclopedie van trucks (Peter J. Davies)
BOTC-clubblad november 2007
Louis Lebrun (oud-werknemer van Miesse)
Magazine Englebert nr.202
Vintage Transport from Belgium (Mario Maes)
50 années d'Activité Professionelle. (André Laurent)