Bollekens
EFA
Jacobs
Maes Louis
Moeyersons
Stevens - Composittrailer
Van Hool - CIS
Van Muylder
WAF
Op 5 oktober 1923 werden de Ateliers Bollekens Frères opgericht. De werkplaatsen waren gelegen aan de Stationstraat 171 te Duffel.
De maatschappelijke zetel was echter gevestigd in de Pelikaanstraat 96 te Antwerpen waar de familie Bollekens zich in 1877 gevestigd had met een industriële schrijnwerkerij.
Na de eerste wereldoorlog diende er te worden uitgekeken naar een nieuwe locatie voor de schrijnwerkerij omdat de Pelikaanstraat te weinig uitbreidings-
mogelijkheden bood. De uiteindelijke keuze viel
op de oude terrreinen van de Briqueteries Anversoises. Deze Duffelse steenbakkerij was in 1914 zwaar geraakt door Duitse beschietingen en was na 1918 niet meer heropgestart.
In 1923 startte Bollekens dan te Duffel de schrijnwerkerij op. De boom-
stammen werden via de Nete aangevoerd terwijl de afgewerkte produkten via het nabijgelegen spoor de fabriek verlieten.
Al spoedig stak een onoverkomelijk probleem de kop op. De grote vochtigheid op de site werkte in op het hout en veroorzaakte onoverkomenlijke problemen op het gebied van de geleverde kwaliteit.
De overschakeling naar een andere bedrijfstak was onafwendbaar en de uiteindelijke keuze zou op de carrosseriebouw vallen.
Vanaf 1924 leverde Bollekens koetswerken en stuurcabines af voor vrachtwagens en bestelwagens. Ook takelwagens, ijswagens, autobussen en mobiele laboratoria behoorden tot de afgeleverde produkten.
Tot de klanten behoorden zowel kleine zelfstandigen als grote constructeurs. Voor de tweede wereldoorlog waren Morris Commercial en General Motors voorname klanten.
Na de tweede wereldoorlog behoorden onder andere Ford, Seddon, DAF, Volvo, International Harvester, AEC en Scania-Vabis tot het cliënteel.
Ondertussen was in 1946 pater familias Eugène Bollekens teruggetreden als bestuurder, een functie die hij sinds 1923 op zich had genomen. Zijn plaats werd ingenomen door zijn drie zonen, Henri, Jozef en Francois.
Ondertussen evolueerde ook de gebruikte technieken in de carrosseriebouw. Tot 1948 werden de meeste geraamtes uit hout gemaakt en werd de buitenkant met plaatstaal afgewerkt. Na 1948 werden ook de geraamtes uit staal vervaardigd en vanaf begin jaren zestig
deed de met glasvezel versterkte polyester zijn intrede in de carrosseriebouw bij Bollekens.
In de jaren zestig liepen de orders bij Bollekens sterk terug. De grote constructeurs integreerden steeds meer de assemblage van het koetswerk in hun eigen productielijnen. Door de sombere vooruitzichten hadden de gebroeders Bollekens nagelaten
om voldoende te investeren in een moderner machinepark. De oprukkende automatisering bij de concurrentie zorgde ervoor dat Bollekens het zeer moeilijk kreeg en de verliezen stapelden zich op.
De drie broers Henri, Jozef en Francois Bollekens hadden ondertussen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en besloten om de carrosserie te sluiten en in 1972 ging Ateliers Bollekens Frères in vereffening.
bronnen:
Duffel dorp van orgels, koetswerk en chocolade (Dirk Van Engeland)
Archief van Bollekens met speciale dank aan dhr. Francis Bollekens.