Auto-Miesse
Auto-Mixte
Bovy
Brossel
Dasse
Denonville
FN
Minerva
MOL
Nagant
Pipe
Op het einde van de 19e eeuw werd "Les ateliers de Construction Albert Bovy" te Molenbeek opgericht. Rond 1902 werden aldaar de eerste eenvoudige maar degelijke auto's gefabriceerd aangedreven door een
tweecilinderige motor. De bedrijfsslogan "Simple et Robuste" die op deze eerste voertuigen al toepasselijk was zou als een rode draad door alle toekomstige modellen lopen.
Tussen 1908 en 1914 begon Bovy met de bouw van vrachtwagens. Deze hadden laadvermogens van 300 kg, 500kg, 700kg, 1,5 ton tot zelfs 2,5 ton en werden verkocht onder de naam Bovy-Dheyne.
Na de eerste wereldoorlog werd de naam omgedoopt tot "S.A. des Automobiles Industriels Bovy" en profileerde Bovy zich nog sterker als vrachtwagenbouwer voor het "lichtere" zwaar vervoer waardoor het
een groot en trouw klantenbestand opbouwde.
In 1928 bracht men een nieuw 4 ton chassis op de markt aangedreven door een 6-cilinder motor met een inhoud van 4,5 liter. Deze pk's werden door de versnellingsbak met 4 versnellingen en cardanas overgebracht
naar de uit een stuk gegoten achterpont. Volledig beladen haalden deze modellen reeds snelheden tot 55 km per uur.
Voor de lichtere vrachtwagens werd een 4-cilinder motor gebruikt van 3 of 3,6 liter met Solex-carburateur en magneto-ontsteking van Scintilla.
De reminstallatie bestond standaard uit een handrem op de achterwielen. Voor de remmen die met het rempedaal bediend werden had men de keuze uit remmen op de vier wielen of remmen enkel op de achteras.
In 1930 kwam echter een einde aan het bestaan van Bovy als zelfstandig constructeur toen het werd overgenomen door Brossel. Bovy bleef nog wel voortbestaan tot na de tweede wereldoorlog als onderdeel van Brossel
bronnen:
Livre d'or de l'automobile et de la motocyclette (Royal Motor Union)
De geschiedenis van de Belgische auto (Kupelian)