www.transportmuseum.be


Bussen alfabetisch


Auto-Miesse

Bostovo

Brossel

Bus & Car

Dasse

Desot

D'Heure Paul

FN

Imperia

Jonckheere

LAG

Maes

Minerva

Ragheno

Ruyschaert

Van Hool

Verleure-Dubois

Willems

Wist u dat ...

tot 1900
te Nessonvaux vooral kanonnen werden gemaakt. Op de locatie waar Imperia groot werd, had Pieper tot 1905 elektrische auto's geproduceerd. Daarvoor produceerde Pieper te Nessonvaux vooral ...kanonnen.
in 1906
Adrien Piedboeuf, één van de latere oprichters van SA Automobiles Imperia, merkvertegenwoordiger was van Auto-Metallurgique te Aix-la-Chapelle. Dit Belgisch merk zou in 1927 door Imperia worden overgenomen
in 1923
Imperia samen met FN als eerste Belgisch merk zijn automobielen voorzag van luchtbanden. Deze banden waren pas ontwikkeld door Michelin en Englebert en waren de blikvangers op het Brussels autosalon van 1923.
in 1929
de befaamde testbaan werd aangelegd. Het is de enige testbaan in de hele wereld die over een fabriek loopt en die tot op heden is bewaard gebleven.
in 1953
de fabriek van Nessonvaux het bezoek kreeg van de Argentijnse wereldkampioen Manuel Fangio. Deze autocoureur kwam te Nessonvaux zijn Alfa testen in het vooruitzicht van de GP te Francorchamps.
op 22 juni 2008
de oude fabriek van Imperia weer opengaat voor het publiek. Samen met de bewaard gebleven testbaan is deze fabriek die nu ingericht is als museum zeker een bezoekje waard.

Imperia 1908-1958

In 1907 werd te Nessonvaux de "Société Anonyme Automobiles Imperia Nessonvaux" opgericht. Eén van de oprichters, Adrien Piedboeuf, was in 1906 te Luik begonnen met het bouwen van automobielen. In datzelfde jaar nam hij de fabriek van het failliete Pieper over te Nessonvaux. Het zou nog tot 1908 duren eer de fabriek volledig operationeel was.
Ondertussen werd de Duitse ingenieur Paul Henze ingeschakeld om de eerste modellen op punt te stellen en rijklaar te maken. Vanaf 1908 waren er reeds drie modellen verkrijgbaar.
Vanaf de beginjaren nam Imperia ook intensief deel aan wedstrijden en bekwam zo al vroeg een sportief imago. Dit resulteerde al snel in een samenwerking met de Spaanse autocoureur Fransisco Abadal.
In 1913 kon men zo in België de Imperia 15/22pk Sport en Imperia 20/26pk Sport bestellen. Dezefde wagens werden aan het buitenland geleverd onder de merknaam Abadal.
Ondertussen was in 1912 Imperia gefusioneerd met L'Usine Springuel uit Hoei en vlak voor de eerste wereldoorlog was Springuel-Imperia een belangrijke speler geworden met een productie van meer dan tweehonderd voertuigen per jaar.
Zoals bij vele Belgische autofabrikanten was WO I een zwarte bladzijde in het bestaan van het merk. De volledige voorraad en het machinepark verdwenen tijdens de oorlog in Duitse handen. Na de oorlog zat er niets anders op dan de restanten van Springuel te verkopen en ging Imperia alleen verder. De opstart na de eerste wereldoorlog verliep moeizaam en tussen 1919 en 1923 werden er slechts tweehonderd automobielen verkocht.
In deze periode komt er ook een nieuwe directeur aan het hoofd van Imperia: De Nederlander Mathieu Van Roggen. Hij beseft dat er iets moet veranderen en besluit te investeren in een kleiner model dat zal voorzien worden van een 1100 cc benzinemotor met schuifkleppen. Dit model wordt goed ontvangen en vindt gemakkelijk zijn weg naar nieuwe kopers. Tegen 1927 produceert Imperia reeds vijfhonder voertuigen per jaar en Mathieu Van Roggen blijft ambitieus. Hij hoopt een groot consortium uit te bouwen in de automobielindustrie en voegt in 1927 de daad bij het woord.
In 1927 neemt hij achtereenvolgens Auto-Metallurgique, Excelsior, Nagant en de carrosserie Matthys & Osy over. In 1928 wordt de naam dan veranderd in "Société Anonyme des Automobiles Imperia Excelsior". Vanaf 1929 krijgt Imperia het echter weer zwaar te verduren. De combinatie van een recessie met een verouderd gamma voertuigen doet in het binnenland de verkoop teruglopen. Als daarbovenop andere Europese landen de invoertaxen gevoelig optrekken, valt ook de export helemaal stil. In 1932 kan slechts op het nippertje het faillisement worden vermeden.
Mathieu Van Roggen beseft dat het hem aan middelen ontbreekt om de Imperia-wagens grondig te moderniseren en besluit om het over een andere boeg te gooien: Imperia zal vanaf dan enkel nog wagens produceren onder licentie. De eerste Imperia's die onder licentie gebouwd worden zijn Duitse Adler's. Later wordt er te Nessonvaux ook nog de Standard Vanguard, Bussing 5000, Alfa Romeo 1900 en Triumph TR2 en TR3 gebouwd.
In 1935 weet Mathieu Van Roggen ook de hand te leggen op het failliete Minerva en van 1935 tot 1939 heeft er een samenwerking plaats tussen de fabrieken van Nessonvaux (Imperia) en Mortsel (Minerva). In deze periode worden nog vele bussen en trucks geleverd onder de merknaam Imperia-Minerva of Minerva. In 1939 wordt Minerva terug verkocht aan een groep zakemannen uit Verviers en gaat Imperia weer alleen verder. Ook Mathieu Van Roggen verlaat Imperia. Zijn plaats wordt ingenomen door de familie Zurstrassen.
Pas in 1951 worden er terug bussen en trucks geproduceerd, ditmaal onder licentie gebouwde Bussings. In totaal zullen er slechts enkele tientallen geproduceerd worden. Imperia zal tussen 1947 en 1958 vooral auto's, moto's en scooters produceren maar wanneer Triumph de samenwerking in 1955 stopzet betekent dat het begin van het einde voor de fabriek te Nessonvaux. In de zomer van 1958 sluit Imperia voorgoed de deuren.

bronnen:
Livre d'or de l'automobile et de la motocyclette (Royal Motor Union),
Les Belles Nessonvautoises (Cercle de Recherches Historiques Damas)
Historique des salons de l'Automobile à Bruxelles (Febiac)
Magazine Englebert


Fotogalerij - Imperia