Auto-Miesse
Auto-Mixte
Bovy
Brossel
Dasse
Denonville
FN
Minerva
MOL
Nagant
Pipe
In 1897 richtte Sylvain De Jong te Antwerpen "S. De Jong en Cie" op. Gestart als fabrikant van de fietsen Minerva wordt er in 1899 door de opkomst van de ontploffingsmotor
overgeschakeld op de fabricage van motorfietsen.
Sylvain De Jong onderkent vlug het potentieel van de opkomende automobiel en vormt zijn firma in 1903 om tot Minerva Motors Ltd.
In december 1904 worden de nieuwe ateliers te Berchem in gebruik genomen in het bijzijn van minister van industrie Francotte.
Van 1905 tot 1908 levert Minerva wagens af met motoren van 5pk tot zelfs 40pk.
In 1908 neemt Sylvain De Jong echter een beslissing die de toekomst van Minerva zou bepalen.
Gefascineerd door de Engelse Knight-motor "sans soupapes" besluit hij deze te gaan gebruiken in de Minerva. Deze stille, krachtige en gebruiksvriendelijke motor maakte gebruik van schuifplaatjes in plaats van de gekende, maar lawaaierige in- en uitlaatkleppen. Zijn stille kracht zou vanaf dan
voor een groot deel de uitstraling gaan bewerkstelligen die de Minerva tot geliefd automobiel maakt van de rijken der aarde. Uiteindelijk wordt de motor tot 1938 gebruikt waarbij hij vootdurend wordt verbeterd.
In 1913 produceert Minerva zijn eerste truck van 2,5 ton met frontstuurcabine. De befaamde "sans soupapes" doet dienst als krachtbron. Pas in 1923 komt er een nieuwe 2 ton en 4 ton truck op de markt, wederom met schuifklepmotor.
Rond 1925 begeeft Minerva zich met de overname van Auto-Traction ook op de markt van zware trekkers. Auto-Traction assembleerde reeds sinds 1920 onder licentie de 5 ton trekkers van het Franse Chenard Walcker, uitgerust met een uniek koppelsysteem voor aanhangers.
De meeste modellen worden geleverd met benzinemotoren, pas in 1936 worden de eerste diesels geleverd.
Deze dieselmotoren waren onder licentie gefabriceerde 4- en 6-cilinders van Ganz-Jendrassik. De 4-cilinder had een inhoud van 5,7 liter en leverde bij 1700 toeren een vermogen van 60 pk.
De 6-cilinder had een inhoud van 8,56 liter en leverde bij 1700 toeren een vermogen van 95 pk. Een opmerkelijke eigenschap van deze motoren was het gemakkelijk opstarten bij koude, zelfs zonder gloeibougies.
Vanaf 1934 kwamen deze Minerva's als Imperia-Minerva's op de markt. De recessie had ook bij Minerva zware gevolgen gehad en een fusie met een andere Belgische constructeur "Imperia" was de enige manier om het voortbestaan van de fabriek veilig te stellen.
In 1940 worden de fabrieken van Minerva bezet door de Duitsers. Een rol die in 1945 na de bevrijding door de Engelsen wordt overgenomen tot en met 1947.
Na de tweede wereldoorlog fabriceert Minerva nog enige tijd de C15 bestelwagen (met een gewicht van anderhalve ton) en het HTM autocar-chassis dat plaatst bood aan 30 a 40 mensen en reeds voor 1940 met het nodige succes werd verkocht.
Vanaf 1952 produceerde Minerva onder licentie de Engelse Landrover. Deze werd met lichte aanpassingen geleverd aan het Belgische leger. Van de voorgaande pracht en praal was dan al lang geen sprake meer en in 1956 wordt de laatste 4x4 afgeleverd. In 1958 volgt dan het faillisement van deze roemrijke constructeur.
bronnen:
Livre d'or de l'automobile et de la motocyclette (Royal Motor Union),
Minerva (Jacques Kupélian)
Encyclopedie van trucks (Peter J. Davies)
Lastwagens, vrachtauto's en trucks (Martin Wallast)
Archief Composittrailer met dank aan dhr. Jan Verhaeghe.
Prive-archief Francis Bollekens
Minerva TT register (Fernand Van De Plas).