Auto-Miesse
Auto-Mixte
Bovy
Brossel
Dasse
Denonville
FN
Minerva
MOL
Nagant
Pipe
Op 19 februari 1898 werd La Compagnie Belge de Construction d'Automobiles "Usines Pipe" opgericht. Midden dat jaar werden de werkplaatsen aan de Place du Chatelain te Brussel in dienst genomen.
Door de goede gang van zaken was Pipe in 1902 reeds verplicht om uit te kijken naar een grotere locatie. Datzelfde jaar verhuisden de werkplaatsen naar Anderlecht aan de Rue Ruysdael.
Daar ging de groei onverminderd verder en tegen 1905 stelde Pipe reeds meer dan driehonderd arbeiders te werk.
Tegen 1907 bestond het gamma van Pipe uit drie automobielen met vermogens gaande van 28 pk tot 80 pk. Ook waren er twee vrachtwagen- chassis leverbaar.
Een lichtere versie met 16 pk motor en de zwaardere met 25 pk motor. Beide chassis werden ook gebruikt voor bussen.
De gebruikte motoren waren steeds van het type viercilinder met kleppen boven de zuigers en een nokkenas onderin het carter. Deze krachtige motoren waren door Pipe zelf ontwikkeld,
onder leiding van hun ingenieur, dhr. Pfaender. Voor de eerste wereldoorlog oogste Pipe dan ook vele successen met deze motoren, zowel in uithoudings- als in snelheidsraces.
Na de eerste wereldoorlog lijkt de ondernemingszin bij Pipe even op een laag pitje te staan en een groot deel van de opgebouwde reputatie gaat teloor. Pipe schrikt ervoor terug om de concurrentie aan
te gaan met de buitenlandse automerken en besluit zich toe te leggen op de markt van de bedrijfswagens.
Na de eerste wereldoorlog had Pipe zijn intrek genomen in nieuwe bedijfsgebouwen, gelegen aan de Felix Vanderzandestraat te Koekelberg-Brussel. De eerste truck die in 1920 uitkomt heeft een laadvermogen van twee ton, wordt aangedreven door een 3000 cc benzinemotor en is nog een klassieke uitvoering.
Pas enkele jaren later, bij het aantreden van dhr. Warnant als technisch directeur waait er een nieuwe wind door het modellengamma.
Achtereenvolgens komen er trucks uit van 2,5 en 3,5 ton voorzien van benzinemotoren met zijkleppen. Voor de Afrikaanse markt komen er een 2.5 ton chassis met viercilinder-motor op gazogene en een 3 en 4 ton chassis met Minerva-motor met schuifkleppen, eveneens met gazogene-opbouw.
Er worden ook twee nieuwe trekkers geproduceerd: een 10 ton trekker met viercilinder-motor en een 20 ton trekker met zescilinder-motor, beiden voorzien van een gazogene-opbouw voor het Afrikaanse continent.
Pipe heeft tamelijk wat succes met zijn gazogene-motoren zodat ze ook worden geleverd voor sleepboten en andere schepen.
Ondertussen blijft Pipe ook zware trucks afleveren met benzinemotoren van 3000 tot 6000 cc. Helaas komt Pipe tijdens de recessie ook in moeilijker vaarwater terecht en wordt het zelfstandig voortbestaan zo goed als onmogelijk.
In 1932 wordt het overgenomen door Brossel.
In de groep Brossel wordt Pipe ondergebracht naast Bovy en rollen er nog tot na de tweede wereldoorlog Bovy-Pipes uit de fabrieken.
bronnen:
Livre d'or de l'automobile et de la motocyclette (Royal Motor Union)
Archief van Composittrailer (Carrosserie Stevens)
Geschiedenis van de Belgische auto (Kupelian)